Twee zeebabies naar Singapore

Ervaring opdoen op een zeeschip. Met dat idee speelden ze al een aantal maanden. In de zomer van 2002 was het zover. Varen was voor John Brink en Benjamin van Dijk niet nieuw. Alle ervaringen die ze tijdens deze reis op deden des te meer. Hun verslag.

``Nee, we proberen vakantiewerkens binnen Europa aan boord te plaatsen". Dit werd ons verteld bij het ophalen van de werkkleding voor de vakantiereis. Om kennis en ervaring op te doen tijdens onze zomervakantie hebben we gesolliciteerd bij rederij Spliethoff uit Amsterdam. Nadat we de selectie voor vakantiewerker hebben doorstaan en de laatste toetsen voor school zijn gemaakt, is het afwachten op telefoon van de afdeling bemanningszaken.

Verrassing
Na ongeveer twee weke
n komt dan het verlossende bericht: ``Aanstaande zondag staat het vliegtuig klaar om te beginnen aan de reis naar Singapore". En wij nog wel denken dat we met de auto richting Rotterdam konden om aan te monsteren.
Wij en onze omgeving zijn in rep en roer en wanneer we weer een beetje op adem gekomen zijn kunnen we beginnen aan de voorbereidingen. Op donderdag wordt het vertrek vervroegd naar vrijdag 12.00 uur. Dat betekent dat we dus kort maar krachtig afscheid moeten nemen en de volgende dag vroeg vertrekken richting Schiphol. Daar liggen de tickets voor ons klaar en krijgen we meteen een pakket post mee voor de bemanningsleden aan boord. Exact op tijd vertrekt het vliegtuig richting Hon
g-Kong waar we overstappen richting Singapore.
Bij de balie waar de tickets klaar liggen ontmoeten we de HWTK en in het vliegtuig schuiven we naast de tweede stuurman in de stoel. Gedurende de ongeveer tien uur die deze vlucht duurt vermaken we ons met het televisiescherm in de stoel voor ons, met muziek en met verwoede pogingen tot slapen.

Aangekomen in Hong-Kong reizen we met de aanwezige shuttle richting de vertrek `gates' waar we, na een aantal minuten wachten, weer aan boord kunnen. Circa drie uur na vertek vanaf Hong-Kong Airport arriveren we in Singapore.

Na enige moeite komen we door de douane heen en kunnen we naar buiten waar een busje staat te wachten dat ons naar de haven brengt. Daar aangekomen zien we niks anders dan houten boten die naar onze mening zelfs niet door de lichtste keuring voor Nederlandse schepen zouden komen. Na enig gezoek en geschreeuw blijkt dat we aan boord kunnen gaan van een van de scheepjes. Buiten de haven zien we het schip liggen, de Eemsgracht, het schip
  waar wij komende maand op zullen varen.

Eerste klus
Het aan boord gaan gebeurt via de `gangway'. Deze hangt tot ongeveer een meter boven de waterspiegel. De schipper van onze watertaxi probeert zijn schip zo strak als mogelijk naar de opstap te manoeuvreren zonder hierbij schade te maken. Golven van een halve meter maken dit tot een ingewikkelde klus.

Zonder kleerscheuren komen we allemaal aan boord en kunnen we onze hut op gaan zoeken. Tijdens onze zoektocht naar de kapitein maken we kennis met een hoop andere bemanningsleden en hebben het direct naar ons zin aan boord. De kapitein verwelkomt ons enthousiast en geeft de sleutels van de hutten. 's Avonds komt de douane aan boord en inspecteert iedereen op het bezit van tabak en alcohol. Het blijkt dat twee bemanningsleden meer van deze artikelen in het bezit hebben en ze moeten een boete betalen van respectievelijk 300 en 400 dollar. Dit bedrag is niet aanwezig in de vereiste valuta en dus zal er gewisseld moeten worden aan de wal. Naar de mening van de kapitein is dit een uitstekende klus voor vakantiewerkens en een paar minuten later scheuren we, in gezelschap van 7 zwaar gewapende mannen, met  50 knopen richting de haven alwaar we het geld kunnen wisselen en het bedrag betalen.

De volgende dag worden we wakker met het geluid van een lopende hoofdmotor en het geruis van de zee. Na het ontbijt besluiten we het schip te gaan bekijken. Hier hebben we mooi de tijd voor want de weekenden hebben we vrij. Diezelfde dag krijgen we van de derde stuurman een familisatieronde waarbij we de nodige uitleg krijgen over het reilen en zeilen aan boord van het schip.
Met de kapitein overleggen we de werkzaamheden en we besluiten om zowel in de machinekamer als aan dek te gaan werken en na twee weken de rollen om te draaien.

Aan het werk
Op maandag beginnen we met onze werkzaamheden. Aan dek moet het ruim gereed worden gemaakt voor de lading die in Jambi (Indonesië) aan boord komt. Dit betekent dat alle pontons die als tussendek gebruik kunnen worden met de eigen kranen aan dek opgestapeld worden. De in Singapore aan boord gekomen smeerolieën moeten uit de vaten in de juiste tanks worden gepompt. Een simpel en geduld eisend klusje voor de eerste werkdag.
Onze werkdagen lijken qua tijden wel op een oerhollandse loopbaan, van 0800 tot 1700 en daardoor hebben we na het avond eten de mogelijkheid om op de brug te kijken.

Tijdens de reis van Singapore naar Jambi varen we beiden voor het eerst van ons leven over de evenaar. De beruchte doop door Neptunus blijft uit waardoor we dus ons haar kunnen behouden, maar ook het certificaat mislopen.

Motivatie
Aangekomen bij de Indonesische plaats Jambi gaan we ten anker en wachten we op de `barges' vanwaaraf het papierpulp voor Changsu (China) geladen zal worden. Op deze schepen zien we tot onze verbazing niet alleen de lading, maar ook veel mensen die, zoals later blijkt, alle vier de dagen bij ons aan boord slapen, eten en af en toe aan het werk gaan om te laden. John doet verscheidene vriendelijke pogingen om deze mensen duidelijk te maken dat alle pakketten strak geladen moeten worden, omdat anders niet alle lading mee kan. Helaas heeft dit niet het gewenste resultaat. De aanpak van de tweede stuurman heeft overigens meer succes, al is het
wel angstaanjagend als hij met een steeds roder wordend hoofd en schuim op zijn mond staat te schreeuwen tegen de mensen die zijn Hollandse gevloek naar alle waarschijnlijkheid niet helemaal verstaan.

In de machinekamer is het volgens de HWTK zeer slecht achtergelaten door de vorige meester met als gevolg dat er gedurende twee dagen vrijwel alleen schoongemaakt kan worden door de vakantiewerker en derde machinist. Na vier dagen is het ruim vol en vrijwel alle lading aan boord, de reis van ongeveer 7 dagen richting China kan beginnen. De machinekamer is 24 uur per dag bezet en dit betekent dat we als vakantiewerkers tijdens onze werkdag van 8 uur met alle drie de machinisten werken. Aan dek moeten werkzaamheden als inspecties en kleine reparaties worden verricht.

China
Changsu ligt aan een rivier in China die te bereiken is via Shanghaj. Omdat niet alle landen het zo strak nemen met de betonning van vaarwegen is het noodzakenlijk om tijdens dit gedeelte van de reis een loods te nemen. Zaterdag 20 juli arriveren we 's avonds in de haven van Shangsu. Hier staat een ploeg stuwadoors klaar die in tegenstelling tot de lieden in Jambi niet in vier dagen, maar in 24 uur het schip geheel leeg maken. Naar ons vermoeden ligt het loon van deze mensen dan ook wel hoger dan die ene dollar van de Indonesiërs.


Door de kapitein wordt ons de mogelijkheid geboden om op zondag een dagje te gaan kijken in een echte Chinese stad. Een geweldige ervaring. Even hebben we het gevoel dat we van een andere planeet komen, al is het uiteraard goed mogelijk dat vele mensen hier nog nooit een westerling hebben gezien. Aan het eind van de middag staat de taxi weer gereed op een afgesproken locatie. Als we aan boord komen hebben we het gevoel dat zelfs de grootste wegpiraat van Nederland in China een veilige bestuurder zal zijn.
Zondagavond is het schip weer gereed om te vertrekken, de loods komt twee uur later aan boord dan is afgesproken en dan liggen we inmiddels ingeklemd tussen de kleinere `barges'. Uiteindelijk kunnen dan rond 21.00 uur de trossen los, neemt John het roer in handen en stuurt de Eemsgracht, op commando van de loods, richting zee.

Halverwege
Op maandag zijn de eerste twee weken van de reis al weer achter de rug en dus is het tijd om de rollen te wisselen. De volgende dag komt de haven van Masan (Zuid-Korea) in zicht. Nadat we met de Nederlandse vlag de marine hebben gegroet en twee keer de pilot ladder van zijde hebben verwisseld, komt de loods aan boord. Hij zal ons veilig naar binnen loodsen, al vraagt een ieder die zich op de brug bevindt bij het anker op gaan, zich af of dat werkelijk ook het geval zal zijn. De meerplaats bereiken we veilig en tevens het aanmeren gebeurt onder supervisie van de kapitein vlekkeloos.

Masan zal de eerste haven zijn waar onderdelen geladen worden voor een bestemming in Amerika. De lading die hier aan boord komt bestaat uit een aantal grote drukvaten en warmtewisselaars voor een gasfabriek. De kranen aan boord hebben niet de capaciteit om deze stukken aan boord te tillen waardoor het nodig is om gebruik te maken van een ponton. Evenals in de overige plaatsen zijn ook hier veel


stuwadoors aanwezig die een soort van publieke functie hebben.

Zware lading
Nadat alle lading op de juiste plek staat, vetrekken we richting Ulsan (Zuid-Korea). De haven waar de lading op ons ligt te wachten is eigendom van de Hyundai werf, de werf voor de grotere schepen van de wereldzeeën. Tijdens een van de avonden willen wij de kans om op een gigantische tanker te kijken niet aan ons neus voorbij laten gaan. Op het moment dat alle werknemers van boord zijn gegaan klimmen wij circa 30 meter omhoog richting het dek en raken daar helemaal overdonderd door de afmetingen van het gehele dekinterieur. Ook de gedeeltelijk afgebouwde accommodatie laat onze monden open vallen.

De grote vacuüm tower die hier aan dek moet worden gezet heeft een gewicht van 250 ton wat dus de noodzaak geeft om dit te laden met twee kranen van de wal. Het laden gaat zonder moeite al vereist het juist plaatsen hiervan meer energie.

Tijdens de reis richting de derde, en voor ons tevens laatste, laadhaven worden de nodige sjorringen aan de opzienbarende tank aan dek nog een aantal keren veranderd. Wanneer we in Taichung (Taiwan) aankomen is alles gereed en kan het volgende gedeelte van de lading aan boord komen. Afgezien van het feit dat er twee stuks lading op dezelfde plek waren gepland en sommige delen van de lading op de geplande plek niet vastgezet kunnen worden, verlopen de eerste laaddagen in deze haven voorspoedig.

Naar Holland
Inmiddels zitten we bijna een maand aan boord en dus wordt het tijd voor de terugreis. Zaterdag, twee dagen na aankomst in Taichung, zullen we vertrekken richting Holland. De kapitein krijgt de vluchtgegevens binnen. We zullen samen met de eerste stuurman vertrekken richting het vliegveld alwaar we afscheid nemen en alledrie een andere vlucht nemen. Op zaterdag zal rond de middag de taxi voor ons klaarstaan, na het bedanken van de bemanning voor alle ervaringen vertrekken we richting huis.

Het zal een rit worden van ongeveer zes uur. Nadat we drie keer uitvoerig onze tassen hebben laten inspecteren en de nodige stops gemaakt hebben, komen we aan op het vliegveld van Taipei. Inchecken hoeven we gelukkig niet zelf te doen en ook het doorboeken van de bagage wordt geregeld. Door de douane heen en dan gaan we alledrie een andere richting uit.

De terugreis is voor de één een rechtstreekse vlucht, voor de ander een reis via Hong-Kong en London naar Amsterdam, maar allebei komen we zondags uitgeput maar zeker een ervaring rijker veilig aan op Schiphol.

John Brink & Benjamin van Dijk